Dieren kunnen door hun aard heel andere belevingen hebben dan mensen. Dat geeft vaak verrassende inzichten en echt, met dieren kun je lachen!

Tirza 9: Poes geeft instructies aan Eddy

T: Ik wil nu graag met je praten.
M: Dag Tirza, dat is helemaal goed. Niet echt een handig moment nu ik in het bad lig, maar we maken nu een begin en iets later op de dag praten we verder, OK?
T: Dat is goed. Ik wil al lang met je praten en dat heb je ook best gemerkt, maar je reageert niet.
M: Klopt, ik heb het gemerkt en excuses daarvoor dat ik niet meteen gereageerd heb. Maar als jij zo ongeveer op mijn toetsenbord gaat zitten, dan betekent dat dat ik aan het werk ben en even geen tijd voor jou heb. En ook als je me ’s nachts om half vier wekt door te krabben aan de kast, maak je me wel wakker, maar dat is niet het moment om te praten. Dus doe dat alsjeblieft niet meer.
T: Alleen als je naar me wilt luisteren, want ik wil dingen anders.
M: Vertel maar.
T: Jullie hebben van mij een binnen kat gemaakt, terwijl ik een actieve buiten kat was. Binnen is niet veel te beleven, dus ben ik nu een luie kat geworden.
M: Wil je nu beweren dat wij jou een luie kat gemaakt hebben? Het was jouw keus om uiteindelijk niet meer naar buiten te durven in deze nieuwe omgeving en dat is wel heel naar voor jou, maar niet echt onze schuld.
T: Ik vind van wel. Jullie hadden best ergens anders kunnen gaan wonen waar het buiten niet zo eng is. Maar daar hoeven we niet over te kiften. Ik ben een oudere kat en moest misschien ook wat gas terug nemen om me ook als een oudere kat te gedragen. Ik wilde geen gevechten meer aangaan met de buur katten over territorium, alles was al vergeven en ik wil eigenlijk wel mijn eigen plekje hebben.
M: Dat begrijp ik, maar je moet je wrok misschien wel langzaam loslaten.
T: Dat doe ik ook, maar ik wil aandacht van jou voor mijn wensen. Het vrouwtje begrijpt mij beter en doet meer mijn zin dan jij. Jij bent zo streng en recht in de leer. Wordt eens wat minder streng, ook voor jezelf.

Jij bent zo streng en recht in de leer. Wordt eens wat minder streng, ook voor jezelf.

M: Wat bedoel je nu?
T: Ik wil graag veel meer vlees eten en minder brokjes en jij geeft mij maar beperkt vlees en er staan wel altijd brokjes, maar die hoef ik minder.
M: De dierenarts had gezegd dat je wel vlees mocht hebben, maar daar zit niet echt voedsel in voor jou en daarom moet je brokjes eten als belangrijkste eten. Daarom krijg je beperkt vlees en dat jij dan het vrouwtje verleid tot het geven van meer vlees begrijp ik wel, maar is op zich minder goed voor jou.
T: Laten we het anders bekijken. Ik ben een oudere kat en doe heel weinig en heb dus niet zoveel eten nodig. Dan kun je dat eten dat je me geeft dan toch wel wat meer speciaal voor mij maken? Dus geef mij gewoon twee keer per dag vlees te eten, zoals Kaila ook twee keer per dag eten krijgt.
M: Maar zoals ik net al vertelde, de dierenarts wil dat je goed voedsel krijgt en dat zijn de kittenbrokjes die je krijgt. Dat is goed voor jou. Je bent zo mager en weegt zo weinig dat we ons daar zorgen over maken en daarom moet je kitten brokjes eten om nog een beetje op gewicht te blijven. (Tirza is bijna 17 jaar oud en weegt nauwelijks 2 kilo)
T: Is dat erg belangrijk? Geef mij gewoon wat meer vlees en ik blijf op gewicht.
M: OK, ik wil er best toe overgaan dat je twee keer per dag vlees krijgt als je dat graag wilt, maar dan twee kleinere porties, zodat je toch ook nog brokken eet.
T: Dat is mooi, maar ik wil twee keer per dag vlees en wel de porties die het vrouwtje geeft, niet twee keer een halve portie van jou, want dat vind ik echt te weinig. Dus twee keer per dag de portie die het vrouwtje geeft. (Het vrouwtje geeft bijna een dubbele portie van wat ik geef, daarom noemt Tirza me ook zo streng)
M: Is dat wel gezond voor jou? Ik maak me, samen met het vrouwtje, wel zorgen over jouw geringe gewicht. En als je dan voornamelijk vlees eet ben ik bang dat je nog verder afvalt. Dus is het wel verstandig wat jij vraagt?

Is bij een oudere kat de vraag verstandig de belangrijkste of plezier in je leven?

T: Is bij een oudere kat de vraag verstandig de belangrijkste of plezier in je leven? Jij snoept toch ook chocola, terwijl dat niet verstandig is. Dus geef mij nu maar mijn zin, het is goed voor mij en maak je geen zorgen over mijn gezondheid, want die is OK.
M: Ik zal het met het vrouwtje bespreken en dan gaan we je voedingspatroon aanpassen. OK?
T: Dat lijkt me juist. Ik zou bijna dank je wel zeggen, maar ik vind dat ik hier recht op heb. Dus jullie besluit om mij twee keer per dag de portie van het vrouwtje te geven is juist.
M: Laat je ons dan ’s nachts met rust en wordt er niet meer gekrabd aan kastdeuren?
T: Dat beloof ik niet, want eigenlijk wil ik me graag kunnen terugtrekken in die kast. Maar de deur zit dicht en dat is niet de bedoeling.
M: Ik hou van je. Wil je nog iets kwijt?
T: Nee. (En ze vertrekt van de stoel naast me, het gesprek is afgelopen)

230101

Eddy loopt mijmerend door het bos

Vandaag loop ik in het bos te wandelen met mijn hond. Het is best een mooie ochtend en het vriest vier graden. De zon was er heel even maar heeft zich weer verstopt om het verder een grijze dag te laten worden. Zoals bijna alle dagen lopen Kaila en ik te genieten van onze wandeling samen. Ik loop met een open mind rond en krijg heel veel indrukken binnen.

Onze LHBTI-koe staat op me te wachten en kijkt me aan en wil een gesprekje aangaan. Vandaag niet zeg ik tegen haar, een andere keer weer.

Even verderop is een jogger zich aan strekken en zit zijn hond, vastgebonden aan een paal naast hem. Het is een jonge Duitse Herder, een mooi beest. Ik vraag hem waarom hij vastzit en niet gewoon met z’n baas mee kan lopen. Hij antwoordt dat hij een keer stout is geweest en weggelopen omdat hij iets interessants zag en dat zijn baas hem nu niet meer vertrouwt, terwijl hij zegt z’n lesje geleerd te hebben. Hij zou zo graag ook even rennen en met Kaila willen spelen. Zo jammer voor deze hond.

Weer een stukje verder kom ik een mevrouw tegen met honden van hetzelfde soort om haar heen. Ik weet dat er twee van haar zijn en drie van een man die we regelmatig op de hei tegenkwamen, maar hier ook in het bos wandelt. Ik zeg tegen haar ‘is vijf niet een beetje veel’ en ze begint uit te leggen dat enz. Ik zeg dat ik het weet, maar ze voelde toch dat ze zich moest verdedigen. Sinds Kaila en ik hier wandelen is ze niet meer stoned geweest, terwijl het haar en ons in totaal vier keer overkomen is. De hei is blijkbaar niet veilig voor Kaila en hier durf ik haar weer te vertrouwen en uit het zicht laten gaan om haar eigen dingen te doen.

Ik mijmer over Bella, de poes die verdwenen is en die het niet toelaat dat ik contact met haar opneem. Maar haar baasjes zijn erg bezorgd en hebben er inmiddels vrede mee dat ze vertrokken is om te sterven. Ja, zo doen poezen dat vaak. Die houden niet zo van dat sentimentele gedoe of nog erger, als we de kans krijgen gaan we met ze naar de dierenarts en laten ze inslapen, terwijl poezen dat heel goed zelf kunnen.

Bij het verlaten van het bos komt er een kraai aanvliegen en die landt voor me, Kaila is in geen velden of wegen te bekennen. De kraai zegt me goedendag en wil een of andere grap uithalen. Kraaien zijn heel goed in communicatie en je kunt gemakkelijk met ze praten en ze zijn altijd in voor een grap. Maar Kaila voorkomt dat om als een raket op de kraai af te rennen die in alle rust vlak voor haar opvliegt. Dat bedoel ik nou zegt de kraai nog even snel. Wat zou hij daar nu mee bedoeld hebben? Heeft hij het toch weer voor elkaar gekregen in mijn hoofd achter te blijven.

Terwijl ik nu thuis zit en dit allemaal opschrijf besluit onze poes Tirza, inmiddels al best oud, een jaar of zeventien, dat ze me het schrijven onmogelijk wil maken. Ze zit zo dicht tegen mijn toetsenbord aan dat de rechterzijde slechts bereikbaar is als ik met mijn hand tegen haar aankom. Ze wil mijn aandacht.

Wat is de moraal van het verhaal? Als je met dieren wilt/kunt communiceren, kun je dat de hele dag en overal om je heen. Misschien is dat mooi, maar soms ook wel wat teveel van het goede. Maar het is het dier die uiteindelijk bepaald of er wordt gecommuniceerd. Jij kunt je openstellen en dan bestaat de mogelijkheid tot communicatie, maar het dier bepaalt of het ook lukt. Voor de beginner geldt dus oefen vooral met een dier dat graag met je wil praten. Doe dat veel en oefen veel. En geniet van de communicatie, dieren hebben zo veel te vertellen!

Dan nog iets over de wijze van communiceren. Bij mij werkt het als een soort dialoog. Het dier en ik ‘praten’ met elkaar alsof we in gesprek zijn. In werkelijkheid werkt het niet zo. Je neemt vragen in je gedachte en het dier vangt die vragen op en je krijgt weer een gedachtebeeld terug. In het geval van ‘mijn’ LHBTI koe spreekt de koe niet over LHBTI maar geeft een beeld van gender en ik vertaal dat in een LHBTI term. De koe zou echt niet weten waar die letters voor staan, maar de koe weet verdraait goed wat er in het gender verhaal bij mensen speelt en blijkbaar speelt dat bij dieren ook, maar daar is dat echter geen probleem, die hebben niet van die opgelegde normen vanuit een geloof of zoiets.

221218 / 221219

De geredde poes

Vandaag rijd ik op weg naar een afspraak over straat met mijn auto en ineens steekt er een kat heel snel over. Ik trap hard op de rem en sta snel stil. Een mevrouw op de stoep die alles zag gebeuren steekt twee duimen omhoog. Ik voel me goed, heb een kat het leven gered. ’s Avonds vertel ik het verhaal aan mijn vrouw en die zegt ‘praat eens met die kat’. Ik opper de bekende bezwaren en zeg hoe vind ik die kat? Zegt ze dat lukt je altijd, dus waarom nu niet. Dus probeer ik het.

K: Ja, ik ben het en je voelt je heel goed hé?
M: Ja, ik denk dat ik je leven heb gered.
K: Nou mooi niet, jij was snel, maar ik was veel sneller. Ik zag ineens jouw wiel en ben onmiddellijk omgedraaid. Dus toen jij stopte was ik al weer op de terugweg. Maar je deed het goed hoor.
M: Nou mooi dat je zo goed voor jezelf kunt zorgen.
K: Dat leer ik wel als stadskat.
M:Heb je nog iets dat je kwijt wilt nu we toch aan de praat zijn?
K: Nou grappig dat wij met elkaar kunnen praten. Zou ik af en toe ook graag met mijn baasje kunnen, want die snapt absoluut niet wat ik wil.
M: Meestal zijn jullie katten daar best goed in om dat duidelijk te maken, waarom nu niet?
K: Ze zijn een beetje streng. Ik wordt gewoon naar buiten gebonjourd en kan overdag niet zelf het huis in, want ze moeten me binnenlaten.
M: Heb je dan geen kattenluikje?
K: Nee en ik wil eigenlijk met dit koude weer gewoon lekker op een warm plekje liggen. Maar dan moet ik weer naar buiten.
M: Ja, dat snap ik dat je ze duidelijk wilt maken dat je dat niet wilt.
K: Kun jij niet eens met ze gaan praten?
M: Hoe moet ik dat doen? Ik weet niet waar je woont en dus ook niet wie je baasjes zijn.
K: Je kon toch ook meteen met mij praten? Dan kun je dat toch ook met mijn mensen doen?
M: Zo zit de wereld dus niet in elkaar. Mensen hebben meestal niet meer die toegang tot dit niveau van communicatie wat wij ‘praten’ noemen, maar het is eigenlijk gedachtenoverdracht. Jouw mensen kunnen dat niet anders zou jij ook met ze kunnen praten.
K: Oh, dat is wel erg jammer. Kun je het niet proberen?
M: Dat kun jij dan toch ook proberen?
K: Dat is flauw, ik vroeg het jou het eerst.
M: Maar ik heb je uitgelegd dat ik dat niet kan bij mensen, dus daarom kan jouw plannetje niet lukken.
K: Nou dat is wel heel jammer. Zeg je dit omdat ik eerst niet aardig tegen je deed?
M: Dat heeft er helemaal niets mee te maken, je was trouwens eerlijk tegen me, zeker niet onaardig.
K: Als je me dan toch niet kunt helpen, zullen we dan maar gaan slapen?
M: Dat is helemaal goed. Dank je voor het gesprek.

Grappig om te zien hoe deze kat mij voor haar karretje probeert te spannen. Die gaat het wel redden als stadskat.

221204

Kiezen voor het leven

Een hoofdstuk uit het boek ´In de Stilte hoor je alles´ gaat over kiezen voor het leven. Ik citeer:

Huisdieren hebben het voordeel boven vrije dieren dat ze beschermd worden door mensen. Waar zwakke dieren in de natuur allang niet meer geleefd zouden hebben, zijn er heel wat huisdieren die nog leven omdat hun eigenaren de zorg voor hen op zich nemen. En huisdieren weten heel goed of ze nog door willen of niet.

En vrouw van achter in de tachtig belt een beetje overstuur op. Ze vermoedt dat ze haar hondje moet laten inslapen en ziet daar erg tegenop. Haar man is al overleden en zij heeft alleen dit hondje nog. Maar ja, ze wil het oude, blinde hondje ook niet onnodig laten lijden. Ik bereid me voor op een zwaar gesprek. Hoe je ook tegen de dood aankijkt, je gunt iedereen elkaars gezelschap.

Op mijn vraag hoe het met haar gaat antwoordt het hondje: ‘Goed, alleen een beetje slecht zicht.’ Het hondje is hartstikke blind! Met die opmerking zet ze de toon. Het diertje heeft het nog prima naar haar zin, laat ze weten. ‘Ja maar…. ‘ begint de vrouw, ‘laatst buiten draaide ze steeds allemaal rondjes. Ik dacht: nu is het afgelopen met haar.

‘We zullen haar eens vragen wat dat was,’ zeg ik. Ik geef de hond het beeld dat de vrouw beschrijft en vraag dan aan de vrouw: ‘Hebt u haar op dat moment geroepen?’ ‘Eh… nou, nee… Ik was zo geschrokken omdat ik dacht dat het gebeurd was met haar… Nee, ik heb niks gezegd.’

‘Het dier wist niet waar u was en kon zich niet oriënteren. Ze wachtte op uw stem zodat ze in een rechte lijn naar u toe kon lopen.’

We zijn allebei opgelucht dat dit het enige probleem was. Het hondje wil graag nog een tijdje verder leven met deze vrouw en laat zien dat ze behoorlijk het middelpunt van aandacht is, waar ze van geniet! Zoiets geef je niet zomaar op, ook niet als je niks meer ziet en door het leven gepraat moet worden.

Compliment van de hond

Ik schrijf bijna nooit over gesprekken waarin ik tolk tussen mens en dier. Maar soms is een opmerking te mooi om niet te delen.

 

Als tolk stelde ik de vraag aan een hond hoe hij het leven met de kat ervaart.

“Hij is geen hond, maar hij is oké,” hoorde ik.

De vrouw aan de lijn moest erg lachen. Wat bleek? Twee jaar geleden had ik ook voor haar getolkt en was de vraag gesteld of hij na het overlijden van de kat weer een andere kat in huis wilde. De hond wilde toen graag een andere hond erbij om lekker te kunnen spelen. Dat was voor deze vrouw echter geen optie en ze heeft enorm haar best gedaan om een kat te vinden die bij de hond zou passen.

Dat is gelukt! De hond en de kat spelen ontzettend leuk met elkaar, ieder vanuit z’n eigen wezen/zijn maar toch heel goed samen. Dat de hond doorgaf “Hij is geen hond, maar hij is oké,” is een heel groot compliment voor de kat!

 

Wegens privacy zijn de dieren op de foto niet de dieren waar het om gaat :).

Kaila is stoned

M: Dag Kaila. Ik wilde graag weer eens met je praten. Je ligt lief naast me terwijl ik zit te werken en nu met je ga communiceren. Is dat OK?
K: Dat is zeker OK, ik verheug me altijd op onze gesprekken. Vroeger minder want dan had je klachten over mijn gedrag, maar nu speelt dat denk ik niet meer.
M: Dat klopt, je bent een schattige hond geworden en je gedraagt je steeds beter, dus alle lof voor je.
K: Dat doet me goed om te horen.
M: Ik wilde graag iets weten van je. Enige weken geleden zijn we op een nacht met je in de auto naar de dierenkliniek in Utrecht gegaan omdat het heel slecht met je ging. Herinner je dat nog?
K: Ja, dat weet ik nog, vond ik best spannend en ik voelde me heel raar toen.
M: Daar wilde ik het juist over hebben. Je hebt daarvoor iets in het bos of op straat gegeten en dat moet iets geweest zijn van wiet of zo.
K: Ik heb geen idee waar je het over hebt.
M: Wel je hebt iets vreemds gegeten waar je stoned van bent geworden en daarna was je helemaal weg, je had rode ogen en reageerde nergens meer op en we vreesden dat je dood zou gaan.
K: Oh, wat naar. Ik herinner me dat nog wel, maar ik heb niet meegekregen dat jullie bang waren dat ik dood zou gaan.

Ik heb niet meegekregen dat jullie bang waren dat ik dood zou gaan

M: Ja, het was heel heftig, maar gelukkig ben je weer helemaal opgeknapt. Weet jij nog wat je daarvoor gegeten had van straat of uit het bos?
K: Nee, geen idee, ik raap wel vaker iets stiekem van straat op en soms zie jij het en dan moet ik het weer uitspugen, maar je bent er zeker niet altijd bij als ik iets gevonden heb en op eet.
M: Laat ik je helpen, het is iets geweest wat je van de grond hebt opgeraapt en hebt opgegeten en daar werd je heel erg ziek van. Eerst had je geen controle meer over de plassen en daarna was je totaal apathisch.
K: Wat is apathisch?
M: Ik zal proberen het uit te leggen. Iemand die apathisch is, is minder geïnteresseerd in de wereld om hem heen en heeft vaak geen zin om iets te ondernemen. Je ligt maar op de grond en reageert nergens meer op, ook niet als we je aaien of aanhalen. We schrokken er heel erg van. Zo erg dat we de dierendokter midden in de nacht hebben gebeld en daarom zijn we daar naar toe gegaan om half één ’s nachts.
Toen we er aankwamen bleek je al behoorlijk opgeknapt, je liep bijna gewoon, verloor nog wel plas, maar je reageerde op alles wat de dierendokter met je deed. De dokter stelde de diagnose dat je stoned geweest bent, dat wil zeggen dat je wiet of zoiets gegeten moet hebben.
K: Ik weet echt niet wat ik gegeten kan hebben, maar dat ik af en toe dingen opraap en opeet, dat klopt.
M: Misschien is dat dan toch gevaarlijk als je alles maar opeet.
K: Ja, misschien wel, maar het is maar één keer gebeurt en ik eet best vaak iets van de grond op. Dus ik maak me geen zorgen.
M: Misschien zou je dat wel moeten doen. Maar ja, ik wilde ook nog iets anders bespreken. Over enkele dagen ga ik voor een tijdje op reis en dan ben ik er niet om met je te wandelen en je eten te geven en voor je te zorgen, maar ook kan ik niet met je knuffelen en kun je niet tegen me aan slapen.
K: Hoe moet dat dan? Wie zorgt er voor me?
M: Dat is het vrouwtje. Zij kan dat ook heel goed, kan met je wandelen, in het bos of op de hei, maar je zult met haar niet los kunnen lopen maar alleen aan de lijn. En dat kun je heel goed, dus dat is geen probleem voor jou.
K: Nee, dat is geen probleem, ik kan dat. Maar ik zal het ballen en stokken gooien wel missen tijdens de wandeling.
M: Dat snap ik, maar dat kan het vrouwtje ook wel een beetje met je doen.
K: En wie geeft me dan te eten?
M: Natuurlijk doet ook zij dat.
K: Dat snap ik, en ze kan ook heel goed knuffelen en slaap ook heel graag tegen haar aan. Ze is soms wel een beetje warm, maar ze is wel heel lief. Dat gaat best goed. Maak je maar geen zorgen over mij.

Ze kan ook heel goed knuffelen en slaap ook heel graag tegen haar aan

M: Ik maak me eigenlijk geen zorgen over jou en ik verwacht dat jij een beetje voor haar zorgt.
K: Ik zal haar goed in de gaten houden. Stelt dat jou gerust?
M: Ja, dat stelt mij gerust. Ze zal misschien ook op andere tijden met jou wandelen, maar dat kun je heel goed aan toch?
K: Ja, geen probleem, dat kan ik aan. En blijf je niet te lang weg? Want ik ga je wel missen.
M: Ik kom na drie weken weer terug. Dat zal misschien geen begrip voor je zijn, maar ik kom zeker weer terug.
K: Drie weken zeg je? Dat is niks.
M: Weet je hoe lang drie weken is dan?
K: Geen idee, maar vast niet heel lang, want je zou je vrouwtje nooit lang alleen laten en mij ook niet.
M: Daar heb je volkomen gelijk in. Dank je wel voor dit gesprek. Wil jij nog wat zeggen?
K: Praten we nog een keer als jij weg bent, zodat ik je toch dichtbij kan voelen?
M: Als jij dat wilt doen we dat. Dank je wel voor dit gesprek.
K: Graag gedaan en tot de volgende keer.

220914

Wespen

De wespen zijn er vroeg bij dit jaar. Vermoedelijk komt het door hun hoeveelheid dat ze zich eerder binnen de menselijke ruimte begeven. En dat wordt niet altijd gewaardeerd. Ook ik heb aan boord van mijn schip te dealen met wespen. Ik vergeet nooit dat jaren geleden mijn zoon gierend van de lach binnenkwam. Zijn nieuwe vriendin zag buiten een schoteltje met ranja en wespen staan en het schoot er spontaan uit: “Is ze nou g…*#&%!?^…me! ook al de wéspen aan het voeren?!”

Ik moet eerlijk zeggen dat wespen en ik niet helemaal goed samengaan. Fysiek niet doordat ik heftig reageer op een steek en communicatief niet omdat we een andere grondhouding lijken te hebben. Maar dat neemt niet weg dat ik de wespen erg waardeer en ze graag in leven houdt. Maar ik waardeer het ook om buiten aan dek te zitten dus we hebben een modus gevonden: als ik buiten wil zitten zet ik altijd een schoteltje met ranja voor ze neer. Binnen een minuut zijn er wespen en mieren die volop komen bijtanken om later weer voldaan te vertrekken. Allemaal ons eigen territorium en iedereen happy.

Als ik met ze aan de babbel ga lijkt het of er eentje het woord neemt, wat wel vaker gebeurt met groepen dieren. Of het er inderdaad eentje is of dat ze zich gezamenlijk door één stem laten horen, weet ik niet.

“Tevreden zo?” vraag ik ze. “Ja, dit is makkelijk snacken.” Ik knik inwendig instemmend, trots op mijn kleine bijdrage aan het ecosysteem en de wereldvrede.

“Jullie lijken alle tijd te hebben,” observeer ik. “Ja, maar we hebben toch haast, we moeten de jongen voeden.” “Ik ben wel tevreden met mijn werkwijze. Zo kan ik rustig zitten.” “Goed plan. Want als je het niet had klaargezet waren we toch wel gaan zoeken bij je.” Precies, denk ik, vandaar de gecreëerde afstand.

“Zeg, ik zie dat jullie soms vechten met elkaar in de siroop…” “Dat is ander volk,” hoor ik brommend. Onverdraagzame dieren…

“Enne… als jullie steken… dan gaan jullie toch dood?” “Ja, maar we twijfelen niet om het wel te doen.” Ik herken uit vorige gesprekken met wespen de directheid, het wat haastige en knorrige en ik constateer weer dat ze anders gehumeurd zijn dan bijen. Die zijn veel gemoedelijker, waar wespen een veel korter lontje hebben. “We hoeven de mensen niet, maar de producten zijn welkom,” haken ze in op mijn gedachten.

Ik ben al wel weer een beetje uitgepraat met ze. Ik waardeer echt enorm wat ze allemaal doen in de natuur maar ik constateer dat ik niet met iedereen goede vrienden hoef te zijn. Leven en laten leven is ook hier het beste motto.

PS Als je op de foto klikt zie je het hele tafereeltje (ieder z’n humor… )

“Het gaat toch over mij?”

Snoes moet regelmatig een paar dagen mee naar twee arken.

De voorste is geen probleem voor haar. Daar komt ze binnen, alhoewel ze het niet gezellig vindt in de ruimte die eigenlijk werkruimte is.

De achterste ark is de woning maar Snoes laat zich daar niet zien. Dat is de reden waarom de mensen mij vragen om eens mee te kijken.

Snoes legt me uit dat de ark te ver van de kant ligt en ze is bang dat de ark zinkt. We babbelen wat door en ineens zeggen de mensen door de telefoon: ‘Hee, ze loopt naar binnen.’

‘Dat was het probleem toch?’ informeer ik voor de zekerheid.

Inderdaad, dat durfde ze tot nu toe niet.

Ik vraag Snoes waarom ze er op dit moment bij komt.

‘Het gaat toch over mij?’ hoor ik, ‘Dan moet ik er toch bij zijn?!’

 

Een ouwe gouwe uit In de Stilte hoor je alles

Hyronimus 16: Geen ‘klantgesprekken’ voor Eddy

M: Dag Hyronimus, kunnen we weer bij praten, ook al is het even terug? Maar we hebben tussendoor ook vrij veel met elkaar in contact gestaan. Alleen heb ik geen notities van de gesprekken gemaakt. Doe ik nu wel.
H: Je bent altijd welkom Eddy, ik vind het fijn om met je te sparren en samen dingen uit te vinden. Ik weet dat je een onderwerp dat we laatst in gedachten bespraken, nu graag even wilt uitschrijven. Dus laten we dat maar meteen oppakken.
M: Ja, het onderwerp waarom ‘klantgesprekken’ bij mij altijd lastig zijn.
H: Precies. Jij verbaast je over het feit dat je moeite hebt met die zogenaamde ‘klantgesprekken’, zoals jij het noemt. Dat is niet zo moeilijk te begrijpen. Als jij een gesprek met dieren aangaat, gaat dat bijna altijd van jou uit. Jij hebt een bepaalde nieuwsgierigheid, je wilt dingen weten, onderzoeken vanuit je binnenste gevoel. Bij een ‘klantgesprek’ heb je dat niet. Er is geen innerlijke nieuwsgierigheid, nee, je wordt geconfronteerd met iemand anders zijn nieuwsgierigheid. Daar zit een zekere gezagsverhouding in en daar heb je meteen weerstand tegen. Zo zit jij in elkaar. En met weerstand werkt het niet. Je moet innerlijk vrij en open zijn om te kunnen communiceren, ook met dieren.

Daar zit een zekere gezagsverhouding in en daar heb je meteen weerstand tegen. Zo zit jij in elkaar. En met weerstand werkt het niet.

M: Is dat waarom ik zo’n moeite met die gesprekken heb en ze eigenlijk ook niet wil doen.
H: Ja, zo werkt dat. Je kunt daar wel aan werken, maar dat zal je best moeite kosten en het mooie voor jou nu is, dat je altijd vanuit een innerlijke drang aan een gesprek begint. In zo’n gesprek zijn dieren ook veel meer toegankelijk, want je hebt een innerlijke interesse in hun beweeg redenen en dat wordt meteen herkend.
M: Zijn de dieren die ik vanuit mijn innerlijke nieuwsgierigheid aanspreek ook minder geneigd om me te misleiden, zoals ik ooit met een poes heb meegemaakt die me echt zwaar onzin had wijsgemaakt.
H: Dat zou heel goed kunnen.
220622

Waarom jagen mensen op ons?

We zijn een weekje op Texel en genieten van de wind en de regen en de zon af en toe. Opeens komen er twee boeren zwaluwen op de reling vlakbij zitten en daar blijven ze zitten. Iedere keer als ik buitenkom, komen ze aanvliegen. Ze willen me wat zeggen, dus na enkele dagen neem ik contact op.

M: Beste zwaluwen, willen jullie me soms wat zeggen of komen jullie voor de gezelligheid steeds langs?
Z: We willen je graag wat vertellen en zagen dat jij een communicator bent en dus willen we met je praten.
M: OK, zeg het maar.
Z: Vogels zijn voor jou bijzonder en je kunt er altijd contact mee krijgen en daarom willen we met je praten. Het gaat hierom. Waarom jagen mensen op ons?
M: Dat is nieuw voor mij. Vertel er eens over zodat ik het kan begrijpen?
Z: Hier bij jullie wonen en leven we dicht bij de mens en dat gaat goed. Het liefst wonen we op een plek waar veel insecten zijn, dus bij boeren en dieren die stank veroorzaken en daar zitten veel insecten. Maar als we weer naar ons overwinteringsgebied trekken, komen we door gebieden waar ze ons vangen en dan worden we gedood en opgegeten. Hoe kun je dat doen bij vogels?
M: Waar trekken jullie heen als je hier weggaat?
Z: We trekken naar Noord en Midden Afrika. We steken daarbij de Middellandse Zee over en sommige van ons ook de Sahara, een beruchte hete en koude plek met weinig voedsel. De plek waar ze ons vangen is aan de noordkant van de Middellandse Zee.
M: Ik kan me voorstellen dat jullie in Italië gevangen worden, dat zou illegaal zijn, maar in Frankrijk en Spanje verwacht ik dat niet.

Wij vliegen via Italië omdat we dan een korte oversteek hebben, dat vliegt iets makkelijker en dan komen we ook in Afrika beter uit

Z: Ja, wij vliegen via Italië omdat we dan een korte oversteek hebben, dat vliegt iets makkelijker en dan komen we ook in Afrika beter uit en hebben we minder last van de Sahara. Doordat het steeds warmer wordt, worden we ook geconfronteerd met veel ruwer weer onderweg en dat is niet altijd een lolletje. Dan moeten we schuilen want we kunnen het niet opnemen tegen deze stormen en die enorme hoeveelheden regen die daarbij vallen.
M: Ja, dat begrijp ik. Over die opwarming, hebben jullie daar veel last van?
Z: Ja zeker. Vooral onderweg tijdens de trek is het verstorend. We vliegen in principe in een keer door, hebben soms wel even een rustpauze, maar nooit lang. Als we te veel rusten raken we de drang kwijt en blijven we soms op een plek hangen waar we eigenlijk niet goed tegen kunnen.
M: Wat bedoel je daarmee?
Z: Nou ik bedoel dat als we bijvoorbeeld in Italië achter blijven omdat we te lang gewacht hebben met doorvliegen, dan moeten we daar ons weer een thuisplek zien te vinden. Want we vliegen van het geboortehuis naar het winterhuis en weer terug. Het zijn dus steeds bekende plekken waar we komen. Maar als we ergens onderweg stoppen, is dat een onbekende plek voor ons. Moeten we zien uit te vinden wat is de beste plek om te schuilen, wat is de beste plek om insecten te vangen en al dat soort dingen, terwijl we dat anders gewoon weten, want daar komen we altijd al.
M: Het wordt dus ingewikkeld door het veranderende klimaat om jullie gewone leven te blijven volgen.
Z: Ja dat is zo.
M: En wat was dat nou over dat jagen op jullie?
Z: Daar wilde ik het over hebben omdat familie regelmatig onderweg gevangen wordt en dan nooit meer terug komen. We kunnen elkaar onderweg wel kwijtraken, maar we treffen elkaar eigenlijk altijd weer op de thuisplekken. Wat voor plezier hebben mensen daar nu aan?
M: Dat plezier begrijp ik ook niet. Maar er is in Italië geloof ik een traditie om vogels te vangen en op te eten. Het is wel veel minder geworden, want de meeste mensen eten geen vogels meer, behalve kip. Maar de meeste mensen eten nog steeds vlees. Dat zal wel gaan veranderen, maar dat neemt veel tijd voor mensen inzien dat ze beter eten kunnen maken van gras dan het gras aan de koeien te voeren en dan die koeien op te eten.
Z: OK, het was gezellig even met je te praten. Blijven jullie nog even?
M: Waarom vraag je dat?
Z: Eenvoudig omdat we nooit mensen lang zien blijven, ze komen en ze gaan. Veel sneller dan wij trekken. Wij blijven een lange periode en verhuizen dan weer voor een lange periode. Jullie komen maar kort hier.
M: Dat is juist, wij komen hier voor vakantie, om wat rust te hebben en daarna gaan we weer deel nemen aan alle drukte die mensen eigen is.
Z: Ja, dat is ook zo vreemd. Jullie doen maar druk en zitten nooit eens rustig, behalve als jullie hier korte tijd komen, dan doe je heel rustig aan en neem je de tijd om met mij bijvoorbeeld te praten.

Jullie doen maar druk en zitten nooit eens rustig, behalve als jullie hier korte tijd komen, dan doe je heel rustig aan

M: Ook daar heb je gelijk in. We willen altijd zoveel doen. Nou wil je nog wat zeggen of zullen we stoppen?
Z: We kunnen stoppen en kunnen altijd toch weer een andere keer praten?
M: Ja, dat kan. Dank je wel voor het gesprek.

220525