Dieren kunnen door hun aard heel andere belevingen hebben dan mensen. Dat geeft vaak verrassende inzichten en echt, met dieren kun je lachen!

Wees wat meer kroko

De krokodil bekijkt mij goed en merkt op: ‘Beetje spanning?’. Ik moet toegeven van wel, ja. Ik heb al lange tijd met een krokodil willen praten en toen ik een stel recente foto’s toegestuurd kreeg van iemand die door Afrika had gereisd, was ik blij verrast dat er een krokodil tussen zat. Maar ik zie in dat spanning niks toevoegt, dus ik ontspan en laat me verder bekijken door het dier.

Ik merk een grote oplettendheid bij hem en onwillekeurig geef ik hem het beeld terug dat ik ken van krokodillen: passief liggend. ‘Vergis je niet. Mijn lijf lijkt niet in actie, maar mijn geest verspreidt zich over een groot gebied. Ik zie veel, maar reageer op weinig.’

Ik weet dat hij met ‘zien’ niet het kijken door de ogen bedoelt, maar vooral een waarnemen met zijn zesde zintuig, zoals wij dat zouden noemen. Hij heeft donders goed door wat er in zijn domein gebeurt. Dat domein schijnt een groot gebied te zijn waar hij helemaal in thuis is. De zon vindt hij heerlijk. Hij laat ook zien dat hij in de nacht langzaam door water kan glijden.

De vraag komt in me op of hij wel eens bang is.

‘Bang?! Ik gebruik al mijn zintuigen. Als je in je kracht staat, ken je geen angst.’ Maar hij weet wel wat ik bedoel met angst. Dat komt omdat het evolutionair een heel oud dier is. De angstervaringen liggen kennelijk ergens nog genetisch in hem opgeslagen, maar hij leeft er niet mee.

Ik laat hem even het beeld zien van krokodillenfarms in Australië, waar krokodillen hutjemutje op elkaar gepropt liggen te groeien om tot voedsel te gaan dienen voor mensen. De krokodil is niet bijster onder de indruk en geeft mij meteen het beeld terug dat mensen dat ook kunnen doen door andere mensen op te sluiten in gevangenissen. Hij zegt erbij: ‘Ik heb er niet voor gekozen om op zo’n farm terecht te komen.’

Daarmee is het hoofdstuk voor hem niet meer bespreekbaar.

‘Wat kunnen wij van jou leren?’ vraag ik de krokodil. ‘Onverstoorbaarheid.’
Hij laat nogmaals zijn basishouding zien, vervolgens dat zijn acties doeltreffend zijn: gespitst en gefocust op voeding, dan met alle kracht een prooi vangen. Daarna volgt weer onverstoorbaarheid.
‘Wees wat meer kroko: reageer niet op alles.’

Tirza 1: Poes laat van zich horen

Tirza, onze poes is honden gewend. Onze vorige hond en Tirza waren dikke maatjes, maar met Kaila wil het nog niet echt lukken. Hier een fragment uit een gesprek met haar, nadat we net een aantal dames op bezoek hebben gehad.

M: Ik zag je net voorbijlopen. Je hebt trouwens de dames vertederd met je poes‐zijn.
T: Oh was dat het? Ja, ze straalden allemaal naar me, maar niemand hielp me met dat bruine monster.
M: Daar moet je ook zelf mee leren omgaan en alleen negeren werkt niet zoals je ziet. Misschien moet je een keer het spelletje van Kaila meespelen en achter haar aanrennen?
T: Honden lopen achter katten aan en niet andersom.
M: Maar dan moet ik je toch iets vertellen. Poes, mijn studenten kat die zat altijd voor de centrale ingang van het flatgebouw waar we toen woonden en wilde naar binnen gelaten worden en met de lift naar de eerste verdieping gebracht worden waar onze flat was. Maar er was geen hond in het hele flatgebouw die langs haar naar binnen durfde zolang zij voor de deur zat. De honden moesten allemaal opgetild worden en dat viel niet iedereen mee. Zoveel respect had poes met alleen haar blik. Dat kan jij ook.
T: Dat klinkt goed, zal het eens proberen.

Kaila 2: Kennismaking met de poes

Kaila is nu een goede week bij ons en ze begint een beetje te wennen en nu begint ze zich af te vragen wie die kat is in huis.

M: Kunnen we praten?
K: Graag.
M: Jij bent een echte knuffelhond, nietwaar?
K: Ja dat vind ik fijn.
M: Was jij de eerste dagen zo lastig omdat je naar huis terug gebracht wilde worden?
K: Ik schaam me ervoor, maar het is zo.
M: En wil je nu nog terug?
K: Nee, ik vind het leuk hier, jullie zijn hele fijne mensen en die ijs‐poes sloop ik nog wel een keer.
M: Die ijs‐poes is Tirza en die hoort bij ons en die ga je niet slopen, je moet juist heel aardig voor haar zijn.
K: Dat ben ik ook en met slopen bedoel ik dat ik het ijs om haar heen ga slopen zodat ze gewoon aardig kan zijn.
M: Denk je niet dat ze ijzig doet omdat jij zo wild doet en dat ze dat niet leuk vindt?
K: Is dat zo? Wil ze dan niet spelen?
M: Nee, ze wil niet spelen, het is een dame op leeftijd, die spelen niet meer. Dus als je kennis wilt maken, moet je stil blijven liggen en dan komt ze voorzichtig aan je ruiken.
K: Ik weet niet of ik dat kan.
M: Iets heel anders. Je neemt te weinig rust en als je ligt dan blijf je alert, waardoor je te weinig slaap krijgt. We gaan je dus overdag af en toe in de bench doen zodat je even echt kunt slapen.
K: Dat vind ik niet leuk, dan ga ik herrie maken.
M: Dat is niet verstandig, want het moet wel gebeuren. Denk maar aan toen je bij ons kwam, dat vond je in het begin ook niet leuk, maar nu wel. Dat gaat met de bench ook gebeuren. Opsluiten vind je in het begin niet leuk, maar je kunt als je het accepteert wel even heerlijk ontspannen en slapen en dat doet je goed.
K: Ik kan me dat niet voorstellen, maar zal het proberen, niet meteen accepteren.
M: Het werkt veel beter als je het wel wilt accepteren.
K: We zien wel.
M: Wil je nog wat zeggen?
K: Eigenlijk wil ik die bench deur niet dicht hebben.
M: Het is noodzakelijk en na verloop van tijd ga je het fijn vinden.
K: Zal wel …

Kaila 1: Pup voor het eerst thuis – is er een steekje los?

We hebben een pup uitgekozen, een Australian Labra Doodle, dat klinkt heel deftig, maar het is of lijkt tenminste een gewone hond. Bij ons eerste bezoek gingen we voor een witte reu, maar het werd een bruine teef. Ze koos ons uit voor ons gevoel, ze liep al voor ons uit naar de auto. Twee weken later kunnen we haar dan ophalen. We hebben haar Kaila gedoopt en ze is net 10 weken oud en komt vanuit haar nestje voor het eerst bij ons thuis.

Ze gedraagt zich als een gestoorde hond, rent als een raket door de kamer, over stoelen en banken heen en we vragen ons af of ze wel helemaal normaal is. Tijd voor een eerste gesprek na 24 uur.

M: Kaila, ik ben Eddy Mulder en ik ben dierentolk, ik praat dus met dieren. Vandaag dat we nu ‘praten’. Dank je wel dat je ons gekozen hebt en bij ons wilt komen wonen. Hoe vond je de eerste dag en nacht?
K: Ik werd naar jullie gestuurd, het was niet mijn keus, maar het is OK. In de auto was ik wel een beetje bang, ineens weg uit mijn omgeving, maar het moest wel gebeuren en ik wist dat het zou komen. En jullie ruiken heel anders en zijn anders, maar jullie vallen wel mee. Alleen dat jullie me opsluiten vind ik fout. (We hebben Kaila voor de nacht in een gesloten bench gedaan).
M: We doen je in de bench zodat je een veilige plek hebt, die helemaal van jou is en waar niemand je mag storen. En om je dingen te leren doen we het deurtje nu nog dicht. Het helpt je om los te laten en tot rust te komen, dan hoef je niet steeds waaks te blijven.
K: Daar heb je gelijk in, ik kan daar diep slapen en dat is rustgevend. Maar moet die deur dan echt dicht?
M: Ja, anders hoor je ergens wat en word je wakker en wil je even gaan kijken. Nu kan je dat niet en daardoor kun je verder slapen, zodat je beter uitrust. En je hebt je slaapjes nodig om goed groot te worden.
K: Dat moet dan maar, maar ik vind het niet leuk. Wie is trouwens dat afstandelijke speelkameraadje?
M: Dat is Tirza, onze poes. Ze is al ouder en gedraagt zich als een dame waar je eerbied voor moet hebben.
K: Ze is wel grappig en stelt zich vreselijk aan met die dikke staart en hoge rug en dat keelgeluid.
M: Nee, dat is geen aanstellerij, ze wil afstand bewaren want je bent een beetje te wild. Als jij stil ligt komt ze wel een keer naar je toe, want ze vindt je wel interessant, dus gewoon geduld hebben.
K: Dat zit nog niet ingebouwd.
M: Nou wacht maar af, dat komt wel goed. Wil je nog iets zeggen?
K: Wanneer laten jullie de deur (van de bench) open?
M: Als je goed gewend bent, zindelijk en goed luistert.
K: Dat is nogal wat, kan het niet eerder?
M: Ik heb je uitgelegd dat het voor jouw ontwikkeling beter is als de bench nog even op slot gaat.
K: Jullie zijn de baas.
M: Maar we houden heel erg rekening met jou, lieverd