De opgesloten kat

Aan boord leven twee jonge katten van bijna een jaar. Het zijn heerlijke belhamels die volop genieten van het leven. Binnen rennen ze achter elkaar over van alles en nog wat, ze klimmen in de hoge krabpaal tot aan het plafond. Buiten gaan ze op avontuur en hebben een goede schrikreactie als er gevaar dreigt.

We zijn helemaal blij met elkaar en ondanks dat er geen ritme in ons bestaan is, is er toch ook weer wel een ritme. Het valt dan ook op dat Roderick op een morgen niet komt eten. Uiteindelijk is hij 24 uur weg en heb ik al langs de waterkant gekeken (waar hij natuurlijk nooit kan liggen want een verdronken kat drijft weg) en heb ik al roepend buiten gelopen.

Ik begin niet eens aan contact maken want ik weet dat ik niet objectief open kan staan. De pendel is een optie en die geeft meteen aan dat Roderick dood is maar de reden is onbekend. Daar heb ik niks aan, weg met dat ding.

Ik app een van mijn dochters dat de kat weg is en zij merkt meteen op: zit hij niet ergens opgesloten? Dat kan niet, maar mijn hersenen gaan toch even aan het werk. 24 uur geleden ben ik in het vooronder geweest om iets te pakken. Zou hij….? En ja, hoor, ik open het luik en daar zit meneer op een tas. Hij lijkt even verbaasd dat het luik open gaat en dan komt hij in de benen en springt naar buiten.

Twee dagen later ben ik benieuwd hoe hij zijn opsluiting beleefd heeft.

“Het was stil,” merkt hij meteen op. “Heb je geslapen?” “Ja, dat geloof ik wel.” Hij geeft een gevoel door van acceptatie en berusting. Zo van: daar zit ik dan, en nu?

Ik probeer de situatie te reconstrueren en geef dat in beeld door aan hem. Ik hoorde wel een plof, keek nog achterom, maar zag niets dat gevallen was. Achteraf realiseer ik me dat dat de kat geweest moest zijn maar ik heb niks van hem gezien.

“Waarom was je ineens weg?” vraagt Roderick me. “Ik wist niet dat je daar zat, joh!”

Hij laat zien dat het een vreemde situatie was: de stilte, het donker worden. Zijn oplossing was rustig zitten en afwachten. Hij geeft niks van paniek door of actief proberen eruit te komen. Als ik hem goed begrijp heeft hij wel rustig geïnspecteerd of er een uitgang was.

Ik vraag hem hoe hij het vond dat hij er weer uit was. “Toen herkende ik alles weer,” geeft hij door. “De voorwerpen, de lucht, de dieren. Toen kwam ik weer op gang.” Hij laat zien dat hij zich weer vrij voelde om zich te bewegen.

We pakten met z’n allen de draad weer op alsof er niks gebeurd is en ik denk dat het ook zo werkt bij katten.

Wat me wel trof in zijn reactie was de berusting waar hij in zat. Dat zullen andere katten ook hebben en daarom is het zo moeilijk om een kat te vinden die opgesloten zit.

Eddy aan het woord

Ik ben ontzettend blij met het gesprek dat Eddy mocht voeren voor de camera. Hij verwoordt alles zo mooi en zorgvuldig.

Hij weet mensen te bereiken die ik niet heb kunnen bereiken.

Ik wil heel graag helpen aan verspreiding van zijn verhaal en hoop dat veel mensen dit gaan luisteren en op zich in laten werken.

En ik zou zeggen: volop delen, deze podcast!

Voor trouwe lezers van deze site: denk niet dat je het boek en de podcast ‘al kent’ want Eddy deelt zowel in het boek als in deze podcast meer van zichzelf dan dat je in de blogs op deze site leest.